Europees paspoort
Eigenaren van honden, katten en fretten kunnen
vanaf 3 juli 2004 gemakkelijker met hun dier binnen de Europese Unie, Noorwegen
en Zwitserland reizen. De dieren hebben daarvoor onder meer een EU-paspoort
nodig en ook moeten zij worden ingeënt tegen rabiës (hondsdolheid).
De wetten t.a.v. het vervoer van niet-commercieel gehouden honden, katten en
fretten worden binnen de EU geharmoniseerd. Vanaf 3 juli 2004 gelden voor bijna
alle lidstaten dezelfde eisen.
Algemene regels:
Voor het vervoer van huisdieren gaan de volgende algemene regels gelden:
Honden, katten en fretten hebben een EU-paspoort nodig als zij op reis gaan naar
het buitenland. Dit paspoort bevat een beschrijving van het dier, de naam en het
adres van de eigenaar en het bewijs van vaccinatie tegen rabiës (hondsdolheid).
Het nieuwe document vervangt alle in Europa gebruikte paspoorten en soortgelijke
documenten die worden gebruikt voor het vervoer van de dieren naar het
buitenland. Op dit moment is nog niet bekend welke instanties in Nederland het
EU-paspoort gaan uitgeven.
Honden, katten en fretten moeten worden ingeënt tegen rabiës (hondsdolheid). Dit
kan de dierenarts doen. Diezelfde dierenarts is ook bevoegd een aantekening van
de vaccinatie te maken in het EU-paspoort.
Eigenaren zijn verplicht een identificatie bij hun dier aan te laten brengen.
Dit kan de dierenarts doen. In Nederland wordt vooral de 'elektronische
transponder' (chip) gebruikt, die onderhuids wordt aangebracht. Naast de chip is
een tatoeage ook als identificatie toegestaan.
Wie op vakantie gaat naar het VK, Ierland, Zweden of een land dat geen lid is
van de EU, moet bij het huisdier een verplichte bloedtest laten afnemen door een
dierenarts. De bloedtest moet een aantal maanden voor vertrek worden afgenomen.